Ik herinner me het nog wel.

Schrijven deed ik tussen alles door. Over mijn huis, tuin en keukenleven. Alhoewel dat laatste minder, bedenk ik nu. Aan weekmenuten heb ik nooit gedaan en veel doen en laten was improvisatie à la minute.

Mijn huis ruikt nog altijd hetzelfde. Wat zoeterig huiselijk. Ik rook het toen ik er vorige week nog een keer op bezoek was. Binnen gaan doe ik voortaan langs de voordeur en dat voelt nog steeds vreemd. Waarschijnlijk zal dat een gegeven worden. Die onwennigheid.
Een half jaar zijn zes maanden. Niet belangrijk hoeveel weken, dagen en uren. Lang genoeg om te voelen dat tijd ruimte kreeg. Ruimte voor eenzaamheid en tranen maar evengoed voor rust met een glimlach.

Breken met je verleden is een harde klus. Een lijst van wat je allemaal achtergelaten hebt, wil je eigenlijk niet maken. Toch staat er al het één en ander op papier. Tastbare herinneringen die ik graag mee wil nemen in mijn volgend leven. Het leven op mezelf.
Pas nu ben ik eraan toe. De grootste knoop was die van weggaan uit mijn vertrouwde omgeving. De wirwar van draadjes die bleven hangen, ontwar ik stuk voor stuk. Tussendoor herken ik de dingen weer die me vroeger zo raakten.

Zo is er de schoonheid van het eenvoudige op mijn werk. Hij is een volwassen man met een beperking. Door zijn spasticiteit is het moeilijk om een lief en rustig gebaar te maken. Toch probeert hij, en zo voorzichtig mogelijk, over haar neus te wrijven. Het meisje kijkt hem aan vanuit haar rolstoel en lacht. Hij weet het. Dat hij net iets te ruw is voor haar. Maar ik kijk en voel samen met hen. Wetend dat deze authenticiteit zo belangrijk is in relaties.

28 jaar samen was niet niks en erop terugkijken is nog moeilijk. Wie je was in die lange relatie kreeg een deuk. En wie je nog wil zijn in een mogelijke relatie is een groot vraagteken.

Graag zien is altijd een groot deel van mijn leven geweest. Het verschijnt, heel onverwacht, opnieuw in mijn leven. Er zijn dagen dat ik het van de daken wil schreeuwen maar het merendeel beleef ik in de warme omslotenheid van samen zijn. Ik smelt van genieten. Ondanks het grote verdriet dat op mijn lijf gebeiteld is, voel ik weer opnieuw de lichtheid van het leven. Een huppelend lentegevoel dat van elke stap een klein sprongetje maakt.

Dit ben ik vandaag. Rijker door alles wat me overkomen is en wat ik aan de horizon zie verschijnen.