door aandewaterkant

Dood is koud. Dood is nooit meer terugkomen. Dood is leven, met veel herinneringen.

Dat gaat er door me heen wanneer ik hem de laatste keer groet. Vorige week voelde ik zijn warme, troostende hand nog. Nu weten we dat hij zelf diep ongelukkig was en het leven niet meer aan kon. Daarom besliste hij er zelf uit te stappen, radicaal en voorgoed.

Deze week heb ik niet echt geleefd. Vandaag is het opnieuw zaterdag en het leven niet meer wat het was voor dat korte telefoongesprek. Het enige wat ik doe is mijn zus en haar jongens omarmen. Ik vind geen woorden, nog altijd niet, voor dit immense verdriet.

Ondertussen lijk ik mij in een dubbel rouwproces te bevinden. Het grote afscheid van huis en tuin staat op een paar dagen van mij verwijderd. De dozen in onze garage stapelen zich op.

Soms staar ik als verdoofd bij alles wat er gebeurt. Deze staat van overleven kende ik niet meer. Maar dan zie ik zijn gezicht weer voor me. Dood en koud met een soort van glimlach.

Heftig voel ik mijn bloed stromen, mijn hart soms te snel kloppen en mijn knieën bibberen. Ik schreeuw mijn wil om te leven uit. Zonder geluid deze dagen maar niet minder gemeend.

Advertenties