aandewaterkant

aandewaterkant

Maand: november, 2013

Het is heel wat minder werk wanneer je niet meer op de begane grond woont. Geen rondjes door de tuin en ondertussen wat woelen in de aarde of zoals nu aan herfstopruiming doen. Dat heb ik nog niet gemist. Ik haal nu mijn frisse neus door een ritje naar de winkel of de markt. Dan kijk ik naar andere tuinen en huizen. Waar kleine en grote gezinnen wonen. En waar de weemoed van veel missen niet echt leeft.

Ik stapte met mijn twee voeten in een verwerkingsproces na de verhuis. De afstand en rust doet me goed. Het helpt om beter te kunnen kijken naar wat was. Het is een thuiskomen, iets wat ik nooit had durven dromen. Kleine dingen helpen me hierbij. De zon die ik overal binnenkrijg en het zicht op de paarden vlakbij. Het ontbreken van twijfel over mijn beslissing, maakt dat ik verder kan.

Natuurlijk ziet mijn leven er anders uit. Bijna in niets te vergelijken met een jaar geleden. Toen was ik nog wanhopig aan het proberen te redden wat er te redden kon worden. Achteraf bekeken probeerde ik te hard maar wel als resultaat dat ik mij dat tenminste niet moet verwijten.

Het gevoel dat ik opnieuw begonnen ben, is er nog niet. Maar ik probeer dag na dag aan dit nieuwe leven te wennen. Slaap en eet al een beetje beter.

De geluiden van de andere mensen in dit grote huis storen me niet. Het geeft een gevoel van niet alleen zijn. Er wordt gekookt en gelachen. Kinderen zeuren en moeders sussen. We zeggen elkaar gedag bij het binnen en buiten gaan. Zaterdag hielp mijn Portugese buurman met wat spullen verhuizen. Misschien vraag ik hen wel eens op de koffie. Zo wordt mijn nieuwe plek eveneens een plek van ontmoeten. Mijn jongens moeten er nog aan wennen maar als moeder kookt, al is het op een andere plek als thuis, lachen en praten we zoals vanouds.

Home is where the heart is…

Voor het eerst koffie in de ochtend en een laatste wijntje voor het slapen gaan. Alles wat ik daar tussen doe, lijkt onbekend en toch ook vertrouwd. Vertrouwen op mezelf en stap voor stap gaan. Dat deed ik ooit al, 800 kilometer lang.

De laatste weken waren een aaneenschakeling van emoties en verdriet. Nu is het gegeven ‘wat is, blijft’ datgene waar we mee verder moeten.

Mijn zus en ik zijn allebei weer alleen. Helemaal anders maar wel alleen.

Vanuit mijn nieuwe thuis is daar voor vandaag alles mee gezegd.

Ik ben er weer, nog steeds wie ik was maar met een paar extra kilo’s in mijn rugzak.

Dood is koud. Dood is nooit meer terugkomen. Dood is leven, met veel herinneringen.

Dat gaat er door me heen wanneer ik hem de laatste keer groet. Vorige week voelde ik zijn warme, troostende hand nog. Nu weten we dat hij zelf diep ongelukkig was en het leven niet meer aan kon. Daarom besliste hij er zelf uit te stappen, radicaal en voorgoed.

Deze week heb ik niet echt geleefd. Vandaag is het opnieuw zaterdag en het leven niet meer wat het was voor dat korte telefoongesprek. Het enige wat ik doe is mijn zus en haar jongens omarmen. Ik vind geen woorden, nog altijd niet, voor dit immense verdriet.

Ondertussen lijk ik mij in een dubbel rouwproces te bevinden. Het grote afscheid van huis en tuin staat op een paar dagen van mij verwijderd. De dozen in onze garage stapelen zich op.

Soms staar ik als verdoofd bij alles wat er gebeurt. Deze staat van overleven kende ik niet meer. Maar dan zie ik zijn gezicht weer voor me. Dood en koud met een soort van glimlach.

Heftig voel ik mijn bloed stromen, mijn hart soms te snel kloppen en mijn knieƫn bibberen. Ik schreeuw mijn wil om te leven uit. Zonder geluid deze dagen maar niet minder gemeend.