door aandewaterkant

Het is al ver over 24 uur wanneer ik langs de schapenwei naar huis fiets. De maan in al haar gulheid maakt de nacht iets minder nacht. Ik kan het niet laten om even mijn fiets aan de kant te zetten. Alle schapen liggen langs de draad en kijken dezelfde richting uit. Sommige kauwen zelfs simultaan.

Deze kudde zet me aan het denken en ik probeer hun aandacht te trekken. Een beetje fluiten en wat kletsen. Zelfs hun oren bewegen niet, onverstoorbaar in de nacht.

Vandaag was ik graag een schaap geweest, denk ik bij mezelf. Dan had ik geen traanogen en een snotneus van verdriet. Dan had ik gewoon lopen grazen. Mezelf in het gras gevleid en een eindje weg gedut.

Ik vind een kudde fascinerend. Vanaf 6 stuks spreek je van een blije kudde, vertelde de schapenscheerder. Voortaan tel ik het aantal schapen en hij heeft geen gelijk volgens mij, want soms zie ik een kudde van drie. Even gelukkig.

Hoe fascinerend en blij ik ook word bij al dat kuddegevoel, zelf ken ik het niet. Ik loop er al eens graag een randje af, tegen alle hoekigheid in.

Op dit moment volg ik enkel de stroom die het leven van nu aangeeft. Vaak stormachtig, maar ik blijf boven. Soms met een half neusgat maar verdrinken doe ik niet.

Laat ik daarvoor het leven nog net te veel liefhebben.

Advertenties