door aandewaterkant

Hij heet George en ziet er ruig en wild uit. Maar ook vertederd lief. Aan een lange koord leid ik hem gisteren voor het eerst in zijn stal. Ik sluit de staldeur en dan hangt hij zijn wilde haren hoofd over de rand. Donkere ogen kijken me aan en ik mag hem op zijn neus wrijven.

Deze nieuwe bewoner van de boerderij zal nog veel moeten leren. Zijn energie richten op het werk waar hij voor ingezet gaat worden. Het rijden met de huifkar en rondstappen met bewoners op zijn rug.

Aan het einde van de dag praten we samen. Wij zijn rond dezelfde tijd begonnen. Zij in het paardenproject en ik op de boerderij. Ik ga je zo missen, vertelt ze, voor je raad en ondersteuning. Mijn antwoord is dat ik zoveel geleerd heb van haar. Over paarden en hoe er mee om te gaan.

Zo graag zou ik willen blijven. Overwinteren op een boerderij in rust en ondertussen een nieuwe lente voorbereiden. Mijn werkdag weer beginnen langs het aroma van de lindebomen. Als ik begin te denken aan alle herinneringen, zijn er teveel om de mooiste uit te kiezen.

Ze zit tegenover me. Legt me uit hoe ze gezocht hebben naar een geschikte job voor mij. Iets waar ik opnieuw mijn hart en ziel in kan leggen. Tot de lente van volgend jaar ga ik werken in een kleinschalig tehuis van 12 bewoners. Waar ze trachten zoveel mogelijk een gewone leefsituatie te creëren.

Tussen dit en een maand gaat mijn leven er helemaal anders uit zien. Anders zoals het nog nooit was. Nieuwe mensen om mee te werken. Een ander huis om ‘thuis’ te komen.

Ik adem in. En uit. En weer in.

Advertenties