aandewaterkant

aandewaterkant

Maand: oktober, 2013

Het is al ver over 24 uur wanneer ik langs de schapenwei naar huis fiets. De maan in al haar gulheid maakt de nacht iets minder nacht. Ik kan het niet laten om even mijn fiets aan de kant te zetten. Alle schapen liggen langs de draad en kijken dezelfde richting uit. Sommige kauwen zelfs simultaan.

Deze kudde zet me aan het denken en ik probeer hun aandacht te trekken. Een beetje fluiten en wat kletsen. Zelfs hun oren bewegen niet, onverstoorbaar in de nacht.

Vandaag was ik graag een schaap geweest, denk ik bij mezelf. Dan had ik geen traanogen en een snotneus van verdriet. Dan had ik gewoon lopen grazen. Mezelf in het gras gevleid en een eindje weg gedut.

Ik vind een kudde fascinerend. Vanaf 6 stuks spreek je van een blije kudde, vertelde de schapenscheerder. Voortaan tel ik het aantal schapen en hij heeft geen gelijk volgens mij, want soms zie ik een kudde van drie. Even gelukkig.

Hoe fascinerend en blij ik ook word bij al dat kuddegevoel, zelf ken ik het niet. Ik loop er al eens graag een randje af, tegen alle hoekigheid in.

Op dit moment volg ik enkel de stroom die het leven van nu aangeeft. Vaak stormachtig, maar ik blijf boven. Soms met een half neusgat maar verdrinken doe ik niet.

Laat ik daarvoor het leven nog net te veel liefhebben.

Hij heet George en ziet er ruig en wild uit. Maar ook vertederd lief. Aan een lange koord leid ik hem gisteren voor het eerst in zijn stal. Ik sluit de staldeur en dan hangt hij zijn wilde haren hoofd over de rand. Donkere ogen kijken me aan en ik mag hem op zijn neus wrijven.

Deze nieuwe bewoner van de boerderij zal nog veel moeten leren. Zijn energie richten op het werk waar hij voor ingezet gaat worden. Het rijden met de huifkar en rondstappen met bewoners op zijn rug.

Aan het einde van de dag praten we samen. Wij zijn rond dezelfde tijd begonnen. Zij in het paardenproject en ik op de boerderij. Ik ga je zo missen, vertelt ze, voor je raad en ondersteuning. Mijn antwoord is dat ik zoveel geleerd heb van haar. Over paarden en hoe er mee om te gaan.

Zo graag zou ik willen blijven. Overwinteren op een boerderij in rust en ondertussen een nieuwe lente voorbereiden. Mijn werkdag weer beginnen langs het aroma van de lindebomen. Als ik begin te denken aan alle herinneringen, zijn er teveel om de mooiste uit te kiezen.

Ze zit tegenover me. Legt me uit hoe ze gezocht hebben naar een geschikte job voor mij. Iets waar ik opnieuw mijn hart en ziel in kan leggen. Tot de lente van volgend jaar ga ik werken in een kleinschalig tehuis van 12 bewoners. Waar ze trachten zoveel mogelijk een gewone leefsituatie te creëren.

Tussen dit en een maand gaat mijn leven er helemaal anders uit zien. Anders zoals het nog nooit was. Nieuwe mensen om mee te werken. Een ander huis om ‘thuis’ te komen.

Ik adem in. En uit. En weer in.

Het is niet goed, dat roken. Vaak zit ik ‘ avonds in het donker onder het afdak. Altijd op diezelfde plek kijk ik dan de tuin in. De contouren van de smeedijzeren vlinder zijn zichtbaar. Daarachter zie ik de omvang van de winterprei. Schoon op een rijtje ondanks dat ik ze snel tussendoor geplant heb. Zinnia’s bloeien nog groots en ook hen zie ik afgelijnd. Het kleine glazen potje zit te vol met peuken en drijven in het water van de laatste dagen.

Het moet nu maar even, denk ik bij mezelf. Inhalerend word ik rustig. Troost in iets wat dodelijk is.

Vandaag was ik wat vroeger thuis. Boven loop ik door de grote maar vooral lege kamer. Een zoon is vertrokken en woont nu samen met zijn drie vrienden in een groot huis. In het laat bracht ik hem gisteren een bezoekje. Zag en sprak dat het goed was zoals het nu is.

Moederen lijk ik minder te doen de laatste tijd. Gewoonweg omdat het niet meer zo nodig is. Het lijkt de omgekeerde wereld waarin de jongens datums noteren om mij te komen helpen. En berichtjes sturen of alles wel goed gaat. Ik praat met hen over mijn beslissing. Mijn, ons, geluk is het belangrijkste dus steunen ze volop ondanks hun eigen verdriet. Ik weet dat ook zij de weg van verwerking zelf moeten doen en ik kan alleen maar hopen dat ze er de tijd voor nemen.

Morgen zit ik bij mijn grootmoeder aan de avondtafel. Zij weent aan de telefoon en wil absoluut voor me koken. Omdat ze denkt dat ik niet goed voor mezelf zorg.

Ik stel haar gerust.

Wanneer ze tegen me zegt dat ik er anders maar beter uitzie, schrik ik. Omdat ik denk dat ze het aan me zien. De radeloosheid en het verdriet van de laatste maanden hebben me getekend. De spiegel vertelt me meer dan ik wil zien.

De boerderij en haar mensen hebben me op de been gehouden. De hoop op beter ook.

Ik heb mezelf honderd keer dezelfde vraag gesteld. Wanneer kan je echt weten dat er drastische beslissingen moeten genomen worden? En hoe maak ik de juiste keuze? Het moment kwam. Ik voelde dat er geen keuze meer was.

Op maandag brengen we de tijd door aan de houtoven. Na een jaar proberen en veel vloeken is het me gelukt de meest fantastische broodjes te bakken op een artisanale manier.

Hij staat naast mij. Met zijn kinderlijk enthousiasme verpakt in een groot mannenlijf. Wanneer we het brood op de roosters zetten om af te koelen, spreekt hij heel wijs: Alles komt goed, Katrien, echt!

Waarom hij het plots zegt weet ik niet maar het pakt me zo, en we lachen er samen ook om. Het volgende moment huil ik, zoals dat nu maar even moet kunnen in deze dagen van woeligheid.

Schrijven doet deugd. Dat is alvast een zekerheid.

Twee prachtige paarden in een gras groene weide. Wanneer ik aan de rand van de weide kom, twijfelen ze niet en zoeken mijn gezelschap. Het grote hoofd buigt en laat zich gewillig betasten. Dit kan geen toeval zijn.

Vanaf vandaag schrijf ik een nieuw verhaal. Ik twijfel nog steeds of ‘aandewaterkant ‘de juiste plek is, maar toch waag ik het erop.

De kleine kring van vertrouwelingen spreken van moed en verlangen om echt te leven. Moedig voel ik me niet. Enkel de kracht van mijn eigen twee benen, letterlijk en figuurlijk. Op de rand van het grote onbekende voel ik de juistheid van mijn beslissing. Ik, altijd in twijfel of ik wel de juiste stap zet.

Drie jaar geleden zette ik honderden stappen naar Santiago de Compostela. Toen is het erin geslopen. De verwijdering en afstand. Twee levensritmes ver uit elkaar en geen mogelijkheid meer tot balanceren. Liefde hield ons samen. De vanzelfsprekendheid van aandacht en zorg waarmee we onze kinderen omringen. Ook dat deden we samen. Al die jaren en ook nog de komende tijd.

Een tijd waarin ik aan de rand van de paardenweide ga wonen. Met spullen uit mijn grote huis omdat er genoeg is voor twee.

Er is veel verdriet en loslaten kreeg nog nooit zo’n realistische vorm. Ik ben niet de eerste en al helemaal niet de laatste die deze rauwe weg gaat. Maar dat ik hem zelf zal moeten gaan, daar is geen twijfel over. Nog enkele weken en dan laat ik mijn huis en tuin met haar helende kracht voor een tijd achter. Ik ga een nieuw nest maken om tot rust te komen.

Een plan heb ik niet en de toekomst lijkt plots zo ver weg. Vanuit een groot gezin stapte ik in mijn eigen gezin. Piepjong en onervaren was ik. Nu nader ik de 50 en ga op mezelf wonen. Levenservaring en vertrouwen op beter hoog in het vaandel dragend.

Ik weet niet of u veel van me zal lezen. Maar de wetenschap dat ik kan kiezen om te schrijven, vind ik troostend.