door aandewaterkant

Het geluid van een ontwakende merel kondigt de ochtend aan en ik luister terwijl mijn open ogen staren naar een donker plafond. Altijd weer een bijzonder moment wanneer de vogels ontwaken en je de transformatie voelt gebeuren. De nacht wordt altijd weer dag en daarmee zijn er nog zekerheden. Slapeloosheid in al haar vormen is meer dan vervelend, al is verveling niet het juiste woord in het midden van de nacht. Voor verveling zou geen ruimte mogen zijn. Je neer vleien, ogen toe en slapen is niet aan mij besteed.

De merels trekken zich er niets van aan en hun biologische tikker geeft enkel het begin van de dag aan. Vanuit de boom wordt er gecommuniceerd naar de overkant van de straat. Ik draai me nog eens om en sluit mijn ogen. Nog twee uur bed liggen voor de boeg.

Natuurlijk is er na zo’n nacht een nieuwe dag die zich onverstoorbaar toont. Met een lijf dat niet uitgerust is, zet ik mijn voeten in een nieuwe dag.

Ik schrijf over deze laatste nacht omdat die vers in mijn geheugen ligt. Nog geen 24 geleden dat ik in het donker droomde, wakker schrok en niet meer in slaap kon geraken. Op dit moment, en uren later, lijkt de dag weg te smelten. Nutteloos om te beschrijven hoe dat voelt. U hebt er allemaal een stukje van.

Maar kijk. De tuin is blij en vrolijk. Zonder meer.

IMG_0754IMG_0755IMG_0752

Advertenties