door aandewaterkant

Na het uitmesten van de stallen heb ik de geur rondom mij er gratis bij gekregen. Ik ruik het aan mezelf terwijl ik in de wachtzaal van de dierenkliniek zit. De lucht hangt daar echter vol kwalijke geuren dus niets om mij zorgen over te maken.

De hond en zijn baasje tegenover mij hebben alleen oog voor elkaar. Met zorgelijke hondenogen kijkt hij op tegen zijn baas die niets doet dan sussende geluidjes maken. Het beestje is mager en ademt moeilijk. Zonder veel woorden vertelt hij dat de viervoeter zijn laatste spuitje komt halen. Ik wacht op de paardendokter en met dit tafereel voor mij, moet ik Mats de hond weer even heftig missen.

Met de paspoorten van de paarden zit ik daar dus. Nog niet wetend dat ’s anderendaags het nieuws mijn ergernis van die dag bevestigd. De dierenarts zoekt een passend kadertje waar de boodschap ‘niet bestemd voor menselijke consumptie’ in past. Dan zijn de identificatiepapieren pas in orde. De paspoorten zijn allemaal verschillend zodoende ook de gegevens die er in moeten komen. Ik kan mij voorstellen dat er op die manier veel gesjoemeld wordt na het slachten van paarden. Een gelijkvormigheid onder de paspoorten zou daarbij al een belangrijke stap zijn.

Na mijn wachttijd in de kliniek heb ik behoefte aan frisse lucht. Ik blaas wolkjes in het midden van de dag en wandel de paardenweide in. Ze komen op mij afgestapt en volgen gedwee. Ik vul water en hooi bij en zet mij even in de buitenstal. Het vertrouwen tussen mij en de paarden groeit dag na dag. Al vier maanden ga ik twee keer per dag de weide op. Soms staan we alleen maar naar elkaar te kijken. Wanneer ik vertrek blazen ze nog eens door hun neus. Ik neem het maar voor: ‘tot morgen’.

Advertenties