aandewaterkant

aandewaterkant

Maand: februari, 2013

Na de zoveelste vergadering deze week, stap ik snel mijn auto in. Richting boerderij. Als ik het erf op rijd, hangen twee paardenhoofden uit hun stal. Ze weten wat ik kom doen en blazen daarbij eens flink door hun neusgaten. Het wederzijds vertrouwen is gegroeid de laatste weken. Voor mij lijken de paarden niet zo immens groot meer. Op schouderhoogte hangen hun hoofden juist niet tegen me aan. Ontspannen stappen ze waar ik hen naartoe breng. Naar de weide dus, met vers hooi.

Terwijl ik wandel denk ik aan andere dingen tot ik in de verte een persoon zie afkomen. Dichterbij gekomen kan ik duidelijk zien dat ze niet op het weer gekleed is. Haar topje en broek zijn doorweekt. En er ontbreken schoenen aan die smalle voetjes.

Gejaagd, opgejaagd kijkt ze me aan. Hoe ze te voet richting Antwerpen moet, alsof dat normaal is op blote voeten en bijna zonder kleren. Met aan mijn rechterhand hand een paard, dat ongelofelijk rustig blijft staan, probeer ik haar de boerderij binnen te krijgen. Dat het te koud is, en gevaarlijk zonder schoenen.

Ze wil enkel richting Antwerpen. Weg van een internering en de psychiatrie. Dat ik ook niet dichterbij moet komen en dat ze niet bang is van het paard.

Kom met mij het paard in de stal zetten en dan gaan we samen aan de open haard zitten om wat op te warmen. Daarbij doe ik mijn best om haar blik te vangen. Ik probeer lichaamscontact te maken en zie ik haar armen. Vol met littekens die niets aan de verbeelding overlaten.

Uiteindelijk loopt ze weg van mij en het paard. Richting snelweg, op blote voeten en een topje.

Dat jonge meisje, met lang zwart haar, helemaal in paniek zit in mijn gedachten. Ik kon haar niet helpen, met of zonder paard aan mijn hand. Al sinds zaterdag zie ik ook steeds ogen van een naakte jongen in zijn cel.

Er zit geen oordeel of veroordeling in mijn hoofd. Alleen een isolerende eenzaamheid die zich vertaalt in dit meisje en die jongen. Dat zij niet de enige zijn, is in deze geen troost.

Hij wil zijn kopje niet laten zien. De draaiende koolmees doet zich te goed aan het vet met zaden in. Aan mijn bureau draai ik ook regelmatig rond om zo het vogelfestijn goed te zien.
IMG_9671
Hooi van een voorbije zomer op weg naar de paarden. De winterbomen ogen nog wat magertjes tegen de blauwe hemel maar de zon voelen we in ons gezicht. Laat deze wandeling maar even duren, denk ik, terwijl we achter de kar lopen met de boer op kop.

IMG_9668

IMG_9665
Zo was mijn dag begonnen. Beloftevol.

IMG_9673
Van beloftes gesproken. Ziet dat groeien zeg…

Na het uitmesten van de stallen heb ik de geur rondom mij er gratis bij gekregen. Ik ruik het aan mezelf terwijl ik in de wachtzaal van de dierenkliniek zit. De lucht hangt daar echter vol kwalijke geuren dus niets om mij zorgen over te maken.

De hond en zijn baasje tegenover mij hebben alleen oog voor elkaar. Met zorgelijke hondenogen kijkt hij op tegen zijn baas die niets doet dan sussende geluidjes maken. Het beestje is mager en ademt moeilijk. Zonder veel woorden vertelt hij dat de viervoeter zijn laatste spuitje komt halen. Ik wacht op de paardendokter en met dit tafereel voor mij, moet ik Mats de hond weer even heftig missen.

Met de paspoorten van de paarden zit ik daar dus. Nog niet wetend dat ’s anderendaags het nieuws mijn ergernis van die dag bevestigd. De dierenarts zoekt een passend kadertje waar de boodschap ‘niet bestemd voor menselijke consumptie’ in past. Dan zijn de identificatiepapieren pas in orde. De paspoorten zijn allemaal verschillend zodoende ook de gegevens die er in moeten komen. Ik kan mij voorstellen dat er op die manier veel gesjoemeld wordt na het slachten van paarden. Een gelijkvormigheid onder de paspoorten zou daarbij al een belangrijke stap zijn.

Na mijn wachttijd in de kliniek heb ik behoefte aan frisse lucht. Ik blaas wolkjes in het midden van de dag en wandel de paardenweide in. Ze komen op mij afgestapt en volgen gedwee. Ik vul water en hooi bij en zet mij even in de buitenstal. Het vertrouwen tussen mij en de paarden groeit dag na dag. Al vier maanden ga ik twee keer per dag de weide op. Soms staan we alleen maar naar elkaar te kijken. Wanneer ik vertrek blazen ze nog eens door hun neus. Ik neem het maar voor: ‘tot morgen’.

Het foto toestel had ik gisteren al opgeladen met een strak plan in gedachten. Woensdag bij het brievenbus leegmaken, draaide ik mijn hoofd in de juiste richting en zag een bloeiende helleborus. Een van de weinigen die het overleefd heeft.

Vanmorgen was er geen zon. Enkel stevige sneeuwvlokken die regelmatig en in absolute stilte neervallen. Ondanks de verstilling, die de winter met zich meebrengt, voelde ik toch al een paar keer deze week dat er iets nieuws op til is. De zon krijgt dag na dag meer kracht. Ik draaide mijn hoofd er al eens naar en ook mijn rug werd al verwarmd.

Vandaag maakte ik de beelden nog zonder zon. Je ziet de winter die met haar resten van bloei stilaan helemaal versmelten met de aarde. Ook is er dat ontdekken van het leven dat zich stilaan weer voltrekt. De natuur en haar contrasten zijn fascinerend. De wissel van de seizoenen laat dit duidelijk zien. Ik ben blij dat ik er oog voor heb. Voor geen goud wil ik er iets van missen.

IMG_9628IMG_9640IMG_9632IMG_9637IMG_9639IMG_9634

Op vrijdagnamiddag loop ik meestal door de knuffelstal en praat tegen de konijnen. Mijn zorggasten lopen een eind mee of zitten op een stoel en kijken. Doet me denken aan de mail die ik in mijn postbus vond. Over de term ‘zorggasten’. Een benaming die ze willen promoten voor mensen met een handicap die komen werken op de boerderij. Niet verkeerd, vind ik.

Het weekend verloopt rustig. Helemaal zoals ik het vrijdag al gepland heb.

Van maandag tot vrijdag rond werken maakt dat je op zaterdag en zondag de broodnodige rust, en tijd voor jezelf moet inbouwen. Wat dan weer nefast is voor je sociaal leven.

Niet dat ik geen sociale contacten meer heb. Integendeel. Woensdag was de paardentandarts op bezoek en dat was niet alleen voor de paarden een belevenis. Voel maar eens waar het probleem zit, zegt de dierenarts, en mijn arm verdwijnt als het ware helemaal in hun mond, die niet bek genoemd wordt. Paarden zijn veredelde dieren dus spreken we net als bij de mens van hoofd, mond en benen. Terwijl ik voel, kijken paarden ogen mij vragend aan maar toch lijkt mijn aanwezigheid hen te kalmeren.

IMG_9330

Ook de zadelmaker heeft zijn verhaal. Net als de man die maandelijks het voeder voor de dieren brengt. Dan zijn er nog de vrijwilligers en de vele passanten die de boerderij passeren. Geen gebrek dus aan mensen van verschillende pluimage met ieder hun verhaal.

Maar een hele week vluchtige contacten maakt mijn hoofd druk. Al die verhalen en meningen waar ik achteraf spontaan nog eens over nadenk.

Dus het weekend lijkt een heiligdom te worden waar niet aan mag geraakt worden. Met een deken tot onder mijn kin op de zetel bracht ik dan ook de zaterdagavond door. Alleen thuis met de wetenschap dat er de eerste uren niemand mijn rust zal verstoren.
Het leven van Frida Kahlo is prachtig verfilmd. Die nacht droom ik van haar surrealistische schilderijen. Haar gezichtshaar weigerde ze te verwijderen. Met die vrijgevochten geest blijkt ze wereldwijd een toonbeeld te zijn voor vrouwen. Indrukwekkend.