aandewaterkant

aandewaterkant

Maand: januari, 2013

Zaterdag, en winterochtend. Wollen sokken onder mijn pyjama. Koffie leuteren en vooral de tuin met haar gevleugelde bezoekers in het oog houden. Krantje lezen, en op de achtergrond een dansende wasmachine.

Dit is het weekendscenario dat ik ken van de laatste weken. Een structuur die van zelf groeit onder mijn nieuwe en regelmatige werkuren. Nooit gedacht dat regelmaat me zo zou bekoren. Elke dag hetzelfde uur van opstaan, koffie en boterham en dan op weg naar de boerderij. Als de avond valt, koken, afwassen, rusten met koffie en chocolade. Daarna op tijd in bed en me neer vleien onder lakens van flanel en slapen.

De daguren daarentegen zien er altijd anders uit. Ik voelde het weer helemaal toen ik gisteren met zeven schapen tegen mij aangeplakt, de weg over wandelde. De binnenstal lonkt, moeten de wolletjes gedacht hebben.

Die stal hebben we vol met stro gelegd. Ik denk zelfs even de zomer te ruiken wanneer de bewoners het stro omhoog gooien. Ik geniet van het enthousiasme waarmee eender welk taakje nauwgezet wordt uitgevoerd. Een voederbak met drie versleuren is een heuse belevenis en ik kan moeiteloos mee op hun niveau. Waardoor ik de eenvoud van het genieten plots weer intens ervaar.

Die middag, als de open haard op haar hevigst is, doen ze hun dutje in de zetel. De boerderij als een geruststellend deken over hen. Ik in de buurt op de computer.

Excuseert u mij dat ik het blijf herhalen. Hoe ik de job van mijn leven vond.

IMG_9512IMG_9536IMG_9516IMG_9532IMG_9527IMG_9535

Advertenties

Mijn hoofd past nog altijd niet op mijn lijf, dat met benen als rekkers voort beweegt. De wereld was plat voor mij deze week. Liggend en strompelend van zetel naar bed. Volgens mij is het geleden van toen ik kind was, dat ik ijlde van de koorts. Bij griep gaan dag en nacht over in elkaar alsof ze een en hetzelfde gegeven zijn. Alles is zweten en pijn, miserie in te grote graad. Ja hoor, er zijn zeker erger dingen en gelukkig gaat het ook weer over maar op het moment dat griep overheerst, lijkt het einde van de wereld nabij.

Morgen wacht de boerderij weer. Heel de week spookte het door mijn hoofd. Onder mijn afwezigheid is de boerderij vrij stil omdat er geen bewoners komen. De dieren zitten dus een weekje zonder veel gezelschap. De tuin in wintermodus behoeft geen aandacht. Dat is alvast een geruststelling. Deze week begin ik, na veel jaren, opnieuw voltijds te werken om de coördinatie van de boerderij te doen. Dit voor een jaar en dan zien we verder. Ik heb er veel zin in en mijn werk missen, in deze week van griep, was mij ook al jaren niet overkomen. Dat zit allemaal goed.

Terwijl het virus al door mijn lijf raasde, ging ik op stap met de zogeheten petekinderen. Is het maar een gedacht of worden speelgoedwinkels alleen maar groter en overweldigender met de jaren? Met aan elke hand een kind, loop ik net als hen wat verloren. Dat ze zelf mogen kiezen, hoor ik mezelf een paar keer zeggen. Maar die kinderen aan mijn handen hebben alles en meer. Wat vraag ik van hen en al wandelend besef ik het absurde van dit gewinkel.

Foto’s van kinderen uit de hele wereld, soms pijnlijk echt in de Standaard, passeren mijn netvlies. Zo herinner ik me een foto uit oorlogsgebied waarop twee kleine kindjes weg stappen nadat ze juist gezien hebben hoe hun ouders vermoord werden. Mannen met geweren aan de kant naast hen, zonder echt contact te maken. Telkens weer moest ik kijken naar die kleine ineen gestrengelde knuistjes.

Uiteindelijk kozen ze mooie en geen overbodige dingen. De frietjes met ijsje toe waren al zeker zo leuk. De tijd die we bewust maken voor gebabbel samen is erg waardevol.

Het stemt tot nadenken. En daar heb ik deze week echt wel tijd voor gehad. Morgen stap ik weer terug in het leven van alledag. Af en toe een hoest is al wat me zal doen denken aan deze dagen van griep…