aandewaterkant

aandewaterkant

Maand: november, 2012

Het bakkershuisje ligt achteraan het erf van de boerderij en voelt erg koud op maandagmorgen. Een klein elektrisch vuurtje moet in de vroegte wat warmte geven. Geen sinecure, die eerste dag van een nieuwe werkweek. Een houtoven op de juiste temperatuur krijgen en het deeg de nodige rijs tijd gunnen. Ondertussen ook nog gasten begeleiden die met hun enthousiaste vingers niets liever doen dan in het fluwelig deeg duwen.

Na de middag proef en aanschouw ik de baksels en vind ze elke week een beetje meer eetbaar. De korst heeft een rokerig aroma. Artisanaal, misschien moet ik het zo maar noemen.

Hij vertelt me dat hij een moeilijk kind is. Zonder te beseffen wat hij echt verkondigt, weet ik dat hij herhaalt wat anderen van hem zeggen. Gisteren vertelde hij over zijn duet met Robert Long en hoe fijn dat was. Dat Robert Long in Amsterdam woont en hem eigenlijk wel lief vond. Achteraf bedenk ik me dat van Robert alleen zijn muziek nog onder ons is.

Morgenvroeg trek ik weer richting academie. Het is een hele omschakeling in het midden van de week. Daarom heb ik vandaag al gemeld aan de huisgenoten dat er morgen geen eten wordt gekookt. En ieder voor zichzelf zal moeten zorgen. Na een dag kleien en geconcentreerd model kijken is mijn inspiratie op als het donker wordt.

Wat mij eraan doet denken dat het makkelijk zou zijn om een kookboek te hebben voor makkelijke, vegetarische gerechten uit je eigen diepvries. Op een ander hebben ze het er ook over. Nu ik een poetsvrouw heb die elke week komt, kan ik mij weer wat focussen op gezonde voeding. Liefst heel snel na thuiskomst op tafel. Groentestoofpotjes, pastasauzen en soep allerlei. Ik ga mij zaterdag eens in de keuken uitleven. Van te voren ga ik passeren bij de oude tuinier om door zijn tuin te wandelen. Zeker weten dat er nog veel lekker groen staat. Allemaal voor het gemak na een intensieve werkdag.

Bloggen na een werkdag…hoelang is dat geleden zeg…

Nog 9 eurootjes voor het verzorgingske, hoor ik haar fijntjes zeggen. In de spiegel aan de wand kijk ik naar mezelf. Ja, helemaal goed, besluit ik tevreden.

Elke zes weken vind ik het een astronomisch bedrag. 89 euro, de prijs die ik betaal om niet grijzend door het leven te gaan. Ooit probeerde ik het. Zonder kleur en helemaal voor het natuurlijke. Ik herinner me de dag dat ik ergens in een winkelspiegel keek en schrok. Diezelfde dag nog maakte ik een afspraak bij de kapper.

De tuin kijkt me verwijtend aan. Helemaal door mij verwaarloost de laatste weken. Maar het moet nu even zo. Mijn tijd wordt teveel ingenomen door andere dingen. Als ik door de tuin wandel,’s avonds bij het thuiskomen, is er elke dag wat meer herfst te bespeuren. In snel tempo vallen de bladeren en enkel spruiten en krulkool tieren nog welig.

Het ontbreekt me nochtans niet aan buitenlucht. Wanneer mijn werkdag eindigt, hangt er al mist over de weien en branden de lichtjes aan de paarden stallen. Dan wandel ik nog eens rond op het erf en wrijf over de paarden hun neus. Paarden zijn zo bijzonder.

Waarbij ik moet denken aan hun ogen. Een glazige diepte kruist mijn blik wanneer we naar elkaar kijken. Het lijkt alsof ik zo in een stukje ziel kijk. Blinkend, bodemloos. Krachtig en beheerst. Het wrijven over vacht maakt me rustig. De kat krolt zich tegen mij en mijn handen bewegen automatisch. Loes, de hond van de boer, komt nog even naast me zitten en weer wrijf ik. Heerlijk, al die beestenlijven.

Het laatste beeld van mijn werkdag. Enkel de poorten sluiten en een laatste blik op de schapen, die hun hoofden als afscheid in mijn richting draaien. Langzaam rijd ik de straat op en besef dat ik moe ben. Er gebeurt zoveel op een dag en ik heb nog zoveel te leren van het boerderij leven.

De groentetuin laat ik deels over aan de jonge gast die ook op de boerderij is, werkt. Hij gaat eenvoudig door het leven. Geen beschutte werkplaats voor hem maar een rustige en zelfstandige job op onze boerderij. Het is een uitdaging om hem de principes van het biologisch tuinieren uit te leggen. Gisteren zag ik hem met kruiwagens bladeren richting groentebedden rijden. Missie volbracht, denk ik bij mezelf.

De boomklever die aan het raam voor het bureau aan de pindanoten komt eten, voelt zich thuis. Die zag ik in mijn tuin nog nooit. Zijn gestroomlijnd lijf kleeft als het ware op de boomstam en daardoor heeft hij zijn naam niet gestolen.

Mijn dagen zitten meer dan overvol. Met dingen die ik al heel mijn leven wil doen. Elke morgen als ik de stallen binnen stap, ruik ik het weer. De typische geur van de boerderij. Het hooi en stro netjes opgestapeld en de poezen er warmpjes op. De kilte van de ochtendstal doet me verlangen naar het werk van die dag. Werk is er in overvloed. De dagen worden korter en donkerder. Nooit gedacht dat ik ooit nog zou werken van in een donkere ochtend tot schemeravond.

Voor veel dingen is geen tijd meer de laatste weken. Rustige thuisdagen terwijl mijn huisgenoten weg zijn, zijn ook verleden tijd. We komen nu allemaal rond hetzelfde uur thuis en dat is wennen. Vooral voor moeder die eigenlijk gewoon is van het huishouden zelf te bestieren. Maar ik leer bij, elke dag.

Als ik ‘carrièreswitch’ in tik, kom ik erachter dat het een druk beschreven onderwerp is. Ook dat veel mensen er naar op zoek zijn. De laatste weken ondervind ik het aan de lijve wat het is om je helemaal te storten in een nieuwe uitdaging. Betaalde dagen waarin je niet het gevoel hebt aan het werk te zijn. Moe maar vooral meer dan voldaan naar huis te gaan en bijna uit te zien naar een volgende dag waarin weer zoveel kan gebeuren onder jouw handen. Vernieuwing doet me weer fris naar professionele bezigheden kijken.

Vandaag stap ik de winkelstraat eens in. Alleen en op mijn gemakske…