door aandewaterkant

Met de ramen wijd open rijd ik huiswaarts. Eindelijk de langverwachte vakantie op zak. Iedereen is thuis bezig met afscheid nemen, tot straks of morgen en dan wordt het stil. De rest van de zondag ligt aan mijn voeten.

Vanmorgen stap ik in alle vroegte buiten en voel september leven. De mist hangt over de appelboomgaard en ik zie de bakken voor de pluk al klaar staan. Is het nu al weer zover, bedenk ik, en herhaal bij mezelf het cliché dat de tijd vliegt. Het voorspelbare begin en einde van de natuur en het leven, geven rust.

Dan is het ook twee jaar geleden, op de dag, besef ik later. Ik pakte na mijn grote tocht opnieuw de rugzak omdat ik vergat ‘echt’ afscheid te nemen van het tochtleven. Thuis voelde na mijn grote stap niet meer als thuis. Een week stapte ik in het noorden van Spanje, opnieuw in voetsporen van duizenden anderen. Altijd de zon boven mijn hoofd en de avonden eenzamer dan ooit tevoren.

Gisteren op dat zonovergoten terras kon ik het weer eens zeggen. Tegen hem waar ik niet mee samenleef maar die bijna even diep in mijn hart zit. Hij kent mij goed, al veel jaren en dat is wederzijds. Als hij zegt dat ik er goed uitzie, weet ik dat het helemaal gemeend is. Wij doen niet aan lange intro’s en censureren niet. Ik mag hem eens stevig vastnemen en hij doet dat ook.

Nadien neem ik de langste weg met de fiets naar huis. In de grote wei mogen de magere melkkoeien ook eens van stal. Mijn haar waait alle kanten uit door de warme zuchten en ik voel een soort van zegening zonder heilige door de vriendschap.

Morgen ga ik een hele dag stappen. Er is geen beter begin mogelijk van mijn vakantie.

Advertenties