door aandewaterkant

Tegelijk met mijn eerste slok koffie, kijk ik naar de voorpagina van de krant. Daar staat die jongen dan met een grote boodschappentas en een uitzichtloze blik. Later in de krant nog een dubbele pagina van het relaas over de eerste uren na zijn aankomst in Afghanistan. Opgetekend door Belgische journalisten.

Ondertussen loopt mijn huis vol met 20 jarige kerels. Het gehuurde busje al op de oprit, vol met muziekmateriaal. Een week gaan ze rondtoeren in Engeland en dat er veel goesting is, hoef ik niet te vermelden. Zoon krijgt nog een kus en dan zwaai ik de bende uit. Het wordt stil in huis en ook in de tuin nu het kleine vogelgrut eveneens is uitgevlogen.

Ik weet niet of het voorbestemd is. Die ene cel die binnenin een beschermde cocon uitgroeit tot wat wij mens noemen. Geboren worden is dan onvermijdelijk. In een liefdevolle en inspirerende omgeving of tussen geweld en uitzichtloosheid, dat valt af te wachten.

De wijze man vertelde me gisteren over zijn meditatieoefeningen: soms moet je gewoon gaan zitten en beseffen dat je het toch niet kan begrijpen. De waarom vragen in de vluchtigheid zijn blijvend zonder antwoord.

Toch denk ik aan die jongen, met zijn toekomstplannen die nergens grond meer vinden. Al zijn kansen opgebruikt en niemand die een hand, schouder of dak kan bieden. Zelfs met zijn beste wil, geen kansen meer in dit gastland. Ik vraag het me af hoe ze dat doet, Maggie met de doortastende blik. De ene jongen wel maar de andere niet. Is het leven dat je mag leven dan toch louter een toevalstreffer?

Advertenties