aandewaterkant

aandewaterkant

Maand: juli, 2012

Voorzichtig en zonder op te kijken, sluip ik de keuken uit. Op zondag sta ik meestal vroeg op om te genieten van de rust in huis. In mijn afgedragen nachtjapon en mijn haar recht omhoog. Geen uitdossing om de buurman te ontvangen. Onverricht ter zake hoor ik hem de poort opnieuw sluiten.

Dinsdag ging ik eens tot bij de oogarts. Nadat ik afgelopen zondag het menu op armlengte moest houden, en medelijdende blikken van de ober kreeg. Prompt kwam hij aanzetten met een doosje leesbrillen en kon ik zijn kaart op een fatsoenlijke manier lezen.

Nu kijk ik weer ontspannen op het scherm, met een bril op mijn neus.

De wasmachine draait en ik ben aan mijn tweede tas koffie van de zondag. Ik hoor de belletjes van de windvanger klinken. Onze achterburen zijn op vakantie. Alleen hun hond zijn ze vergeten maar ook hij is na dagen van blaffen, stilgevallen. Alsof hij zich er bij heeft neergelegd dat hij zijn dagen in dat verdomde hok moet slijten.

Morgen wil ik graag zondag beleven, vertel ik de huisgenoot, terwijl ik mijn laatste waterlanders in een zakdoek veeg.

We hadden met hen al afgesproken en ik zou wel rijden, energiek als ik op dat moment was. Suikerrock Tienen, here we come.

Maar gisteren onder de druivelaar viel ik plots stil en voel de behoefte. Aan fietsen door de weien met een zomerbries over mijn haar. Stappen in de stilte van het zomerbos. Een wijntje klinken op een vergeten terrasje.

Vandaag, na dit schrijven en zondagsbrunch, stappen we de fiets op. Ik moet mijn spreekwoordelijke batterijen opladen en dat gaat nergens beter dan in de gemoedsrust van de stille kempen.

Net zoals ik snak naar de zon, kan ik het ook snel weer te warm hebben. Of zat ik misschien te erg ingesloten in het zonnigste hoekje van de tuin? Vermoedelijk. Mooi zijn ze wel, die bosaardbeitjes maar iets te weelderig. Dus doe ik maar weer eens van wieden en weet nu al dat ik tot morgen die prikkende vingers ga hebben. Altijd te laat om in de massa brandnetels te bespeuren.

Het huis is druk bevolkt en erg ondernemend. Ik laveer er door met geruststellende en luisterende woorden. Die afgestudeerde zoon wordt nu ondernemer. Met de huisgenoot als boekhouder zijn ze een onafscheidelijk duo de laatste dagen. Na mijn weekend dienst verwelkomde ik de andere zoon en vriendin, en zag dat het weekendje Parijs een deugddoend iets geweest is.

Met opnieuw vier in huis is er veel materiaal. Kleding en schoenen, ieder een computer en zakken. Muziek en kampeergerief. Ook veel aanwezigheid van wervelwind door huis en tuin. Niet zo erg want ik heb mijn kroost graag in de buurt.

Daarstraks was ik toch eens even in het hoekje van mijn tuin op het bankje gaan zitten. Kijkend over de groentetuin. Zelfs hier was het niet stil maar ik kon het geluid niet thuis brengen.

Het waren de koolmezen. Vrank en vrij zitten ze in de tuin nu Mats, de hond, de scepter niet meer zwaait. Ik heb de pinda noten aan het ijzeren hek gehangen waar ze ferm met hun vogelpootjes op kunnen zitten. Veel olie en eiwitten als helpende hand voor hun energiebehoefte. Daar zorgden ze voor muziek door tikkend met hun kleine bekjes door de schaal te prikken.

Ik laat de rust in drukke dagen binnenstromen. Het lukt me steeds beter.

Verwaarlozing alom, denk ik, terwijl mijn blik over de groentetuin dwaalt. Dreigend hangen de wolken over onze plek. Toch zal ik met mijn handen in het zand wroeten en de dreiging straal negeren.

De sla die helemaal doorgeschoten is, gaat er onherroepelijk uit. Het zou mijn voorraad zaad worden maar de heftigheid van het moment beslist er anders over. Ik ging maar eens bij de boer langs voor wat nieuw groen. Daarbij leg ik alle biologische principes opzij en plant maar een eind weg. Alles door elkaar en het ziet er goed uit. Een wirwar van spruiten en kolen, winterprei en jonge slaplantjes. Ook nog een paar rode bieten en maïs voor het kleurenpalet in de herfst.

Met een rieten mand wandel ik daarna door de bioplanet. Op het gemakske, nadat ik tevreden door de tuin had gestapt en een knipoog gaf aan mijn groene vingers.

Sommige mensen hebben even een plaats in je leven en verdwijnen daarna weer. Zo was zij ook. Na mijn Compostela tocht waren we elkaar en onszelf helemaal kwijt en kwamen bij haar terecht. De rijzige vrouw, altijd in paarsachtige tinten gekleed, ademde evenwicht en vertrouwen. Heel rustig hebben we gepraat en gehuild, ieder op een stoel. Zij gaf ons een gouden raad en vertelde haar visie op relatietherapie. Het houdt soms het gevaar in dat mensen van elkaar verwachten dat ze veranderen. Terwijl echte groei toch begint bij het eigen bewustwordingsproces. Je leven in handen nemen via bewustwording en inzicht.

Aan de kassa heb ik even met haar gepraat. Wat ben je anders, zegt ze, zo genietend. Het gaat goed met ons, antwoord ik op haar vraag. Heel goed zelfs.

Thuisgekomen is het aperitief tijd en ga ik voor de drukte even zitten. Weer onder een dreigende lucht. En ik zwaai wanneer de huisgenoot door de tuinpoort stapt. Kom er vlug bij. Ik schenk je ook een glaasje uit.

De vraag heb ik al vaak beantwoord de laatste weken. Nee, we gaan niet op vakantie. En ja, we hebben er zelf voor gekozen.

Pas na de telkens weerkerende vragen, begon ik erover na te denken. Eigenlijk ging het vanzelf. Die afgestudeerde zoon die terug thuis komt wonen en die best wat helpende handen kan gebruiken bij het opstarten van zijn praktijk. Een achterbouw waar nog altijd geen deugdelijk licht hangt. Een vloertje op het koffieterras. Een heleboel planten en struiken die ik zou willen verzetten. En als ik heel ver nadenk ook nog wat broodnodige schilderwerken.

Ik wil eigenlijk genieten van een soort van gezonde sleur. Er is dit jaar geen behoefte aan grootste ontdekkingen. In mijn vrije weken zal ik van huis naar tuin kuieren, en dat helemaal niet eentonig vinden. Het zal ook met de krant zo gaan. Ieder een helft van de krant bij de eerste tas koffie en bij de volgende tas wisselen we. Zo komen de huisgenoot en ik overeen.

Het enige wat ik vraag is een beetje zon en warmte. Hoe makkelijk kan je zijn?

Ik zoek naar synoniemen. Troosteloos, mistroostig, somber, treurig en triest. Terwijl mijn vingers even dralen op de toetsen, kijk ik buiten en vraag me af hoe het zo kan blijven regenen.

Vanochtend is de maat vol. Niet alleen lopen de watertonnen al dagen over en heb ik voor het eerst in jaren slakken die mijn groen opeten, ook mijn ochtendlijke wandeling schiet er bij in. Snel loop ik naar buiten voor de dagelijkse krant, die tot overmaat van ramp ook nog eens natgeregend is.

De tuin gaat langzaam in herfstmodus en vergeet die warme zomerdagen. Met zinderende trillingen boven het warme asfalt. Bloemen tranen mee en verwateren zachtjes. De zonnebloemen weigeren te bloeien en zo lijkt de tuin op haar manier ook te protesteren.

Zelfs die kostelijke geur die heerst na een enkele regenbui in de zomer, is er niet. Alles blijft nat en vochtig ruiken. Toch wel een beetje bedroevend en weeral een synoniem.

Mats, de hond, lag tijdens zijn leven nooit zo lang in de regen. Hij hield er niet van.

Vandaag stap ik bij de kapper binnen. Onvermijdelijk, zeker na mijn mislukte henna verf poging. Waarschijnlijk gaat het daar ook over het weer. Dat het zo beroerd is, om nog maar eens een synoniem te gebruiken.

Op het ritme van de salsa beweeg ik mijn buik en billen. Ondanks dit herfstweer in juli, voel ik de zomer binnenin en het druilerig zondagsgevoel smelt helemaal weg. Aan de rand van de dansvloer sta ik dus heupwiegend te genieten maar die tic op mijn achterste is nogal vrijmoedig en meteen kijk ik achterom.

Ze schaterlacht met haar tandenloze mond wijd open. Haar benen uit elkaar en een vouw van de gebloemde rok ertussenin. Gewassen lijkt ze ook niet maar plezier heeft ze voor tien nu ik, zo lijkt het wel, voor haar sta te heupwiegen. Ze vindt haar eigen durf fantastisch.

En ik hou ervan. Van mensen die zo helemaal puur en zonder scrupules zijn en daar nog onbeschaamd van kunnen genieten ook.
Ik luister naar hun verhalen en kijk naar ogen die vurig benadrukken wat ze vertellen. Na mijn wandeltocht naar Compostela leerde ik ruimer kijken naar mensen.

Ondertussen dendert de regen lijnrecht naar beneden en zo komen we van de dansvloer in open lucht terecht in een veel te kleine kroeg. In de groep waar iedereen zijn verhaal kwijt wil, ga ik een beetje onderuit zakken op de stoel.

Ik omsluit de tas hete chocomelk en verwarm mijn koude handen. Want in de zomer draag je nu eenmaal zomerkledij ook al is de dag herfstig.

Schoon, het leven en alles, denk ik bij mezelf, in stille verrukking.

 

Hij is vleugellam en blijft maar rondhuppelen in de tuin. Iets te menselijk gaat hij voor de tuinpoort omhoog zitten kijken. Bedenkend hoe hij in godsnaam bovenop moet geraken met één vleugel. Na een telefoon met de vogelbescherming raden ze aan hem te vangen, als ultieme reddingspoging.

Maar hij heeft het toch gehaald want zelfs in het kleinste hoekje van de tuin heb ik gezocht. Geen reddeloze kauw meer te zien.

De dag is voor de helft gepasseerd. Ik loop op en af de trap, van binnen naar buiten. Met een half oog toch nog beducht voor de kauw in nood. De academie ruimte boven weer klaargemaakt voor een nieuw begin. Ik sponsde ook stof weg, en nu loop ik voor mijn plezier nog eens naar boven, snuivend door de frisse kamers.

Tegelijk met mijn eerste slok koffie, kijk ik naar de voorpagina van de krant. Daar staat die jongen dan met een grote boodschappentas en een uitzichtloze blik. Later in de krant nog een dubbele pagina van het relaas over de eerste uren na zijn aankomst in Afghanistan. Opgetekend door Belgische journalisten.

Ondertussen loopt mijn huis vol met 20 jarige kerels. Het gehuurde busje al op de oprit, vol met muziekmateriaal. Een week gaan ze rondtoeren in Engeland en dat er veel goesting is, hoef ik niet te vermelden. Zoon krijgt nog een kus en dan zwaai ik de bende uit. Het wordt stil in huis en ook in de tuin nu het kleine vogelgrut eveneens is uitgevlogen.

Ik weet niet of het voorbestemd is. Die ene cel die binnenin een beschermde cocon uitgroeit tot wat wij mens noemen. Geboren worden is dan onvermijdelijk. In een liefdevolle en inspirerende omgeving of tussen geweld en uitzichtloosheid, dat valt af te wachten.

De wijze man vertelde me gisteren over zijn meditatieoefeningen: soms moet je gewoon gaan zitten en beseffen dat je het toch niet kan begrijpen. De waarom vragen in de vluchtigheid zijn blijvend zonder antwoord.

Toch denk ik aan die jongen, met zijn toekomstplannen die nergens grond meer vinden. Al zijn kansen opgebruikt en niemand die een hand, schouder of dak kan bieden. Zelfs met zijn beste wil, geen kansen meer in dit gastland. Ik vraag het me af hoe ze dat doet, Maggie met de doortastende blik. De ene jongen wel maar de andere niet. Is het leven dat je mag leven dan toch louter een toevalstreffer?

Voor en tegens afwegen en nadenken, dat deden we deze week. Het lijstje met contra’s groeit en naarmate de week vordert besef ik dat we dat ‘heideplan’ niet moeten wagen. Gisteren zat ik met hem aan de tuintafel. Vanuit Nederland bracht ik rozenwater mee en tover zo van mijn wit wijntje een godinnendrankje.  Hij koffie, om nuchter na te denken.

Pas een week heeft hij zijn diploma. Master in de kinesitherapie en revalidatiewetenschappen. Een hele mond vol en resultaat van vijf jaar studeren. Binnen een paar weken gaan we van die grote lege ruimte zijn praktijk maken. Een tafel heeft hij al en twee gouden handen, dat mocht ik al eens aan de rug voelen. In september dient een opleiding manuele therapie zich aan en de voetbalclub is enorm bij met de jonge kinesist.

Mijn jongste zoon is een voortvarende en enthousiaste jongen. Slurpt met gretige slokken van het nieuwe leven dat op hem afkomt. Kijkt steeds vooruit en wil met zijn grote stappen de wereld in. Resoluut en initiatiefrijk.

Maar onze moeder en zoon praatjes zijn van onschatbare waarde. Voor mij is hetgeen hij verteld en wil zo herkenbaar, zelfs na jaren van ouder en rustiger worden.

Ik vertel hem dat het verstandig zou zijn om nog een jaartje thuis te wonen. Ook al is dat moeilijk na die jaren van kot vrijheid. Die caravan kan geen domicilie bieden voor zijn adres en de winters zijn er ook te koud.

Ik wijs naar ons huis en vertel van de ruimte die er is. Vier mensen onder dit dak is niet teveel. Er is boven en onder, tuin en garage. Er is de vrijheid die we elkaar geven, al jaren eigenlijk.

We hoeven niet lang te praten. Dat vertelt hij me, dat hij verstaat en weet.

Al snel houden we enkel het vogelkastje nog in het oog. Het is voor het eerst dat er minivogeltjes inzitten. Volgens ons een witte kwikstaart. Moeder vogel wipt met haar staart op en neer en ze roept ‘tjis-ik’. Zelfs de mussen lijken het leuk te vinden aan het nest. Ze zitten er bovenop naar binnen te kijken.

Nadien blijf ik nog een tijdje alleen buiten zitten, luisteren naar de avondgeluiden. De zon gaat onder en schijnt nog juist een straal tussen de wolken door. Het lijkt wel goddelijk al weet ik wel beter natuurlijk.

Schrijven is als een blijvende herinnering. Waar je anders vluchtige beelden of geluiden amper kan opslaan, net omdat ze voorbij zijn vooraleer je het beseft, blijven woorden die neergeschreven zijn altijd bestaan. Het is jaren geleden en in een ander tijdperk waar ik nog met papier en balpen aan tafel ging zitten om een verhaal te schrijven. Verhalen met mijn favoriete namen in de hoofdrol. De personages erachter gingen altijd op reis en namen meestal een gebroken hart mee. Op dat moment helemaal niet aan de orde in mijn leven maar de dramatiek van het gegeven sprak me wel aan. Ik weet wel beter nu, achteraf bekeken.

De ochtend is hier ingezet en koffie geurt naast mijn tokkelende vingers. Ik besef dat er een hoop werk in huis en tuin ligt te wachten. Maar de dag is lang en ligt uitgestrekt voor me.

Ik denk nog aan zondag. Een dag van uitslapen en ontbijten met onverwachte gasten en jeugd die langzaam uit een roes van feest wakker worden. En ik die nog maar een pot koffie zet.

We lopen op de hei. Zo zijn we al van plan deze plek te noemen. Vlak aan een vijver die geurt naar vis en waar waterlelies minnekozend op het oppervlak drijven. De aanplanting is enkel inheems en de stilte respectabel. De stacaravan moet weg aan een belachelijk lage prijs, omwille van problemen met betalen bij anderen. De zoon wil daar gaan wonen en wij kopen ons een stukje mee in.

Ik zie me al zitten daar aan de tafel, kijkend door de kleine raampjes. Koffie zetten en onder de luifel opdrinken. We denken nu aan de voor en tegens. Maar die plek waar ieder op zichzelf of samen kan zijn, is wel erg aantrekkelijk.

Een weekje willen we denken en overwegen. Maar het vooruitzicht om nog eens een keer te gaan zitten schrijven aan een tafel, is fijn. Het lijken wel herinneringen die jaren later opnieuw vorm krijgen.

Vandaag zullen mijn handen wapperen in mijn biotoop van huis en groentetuin. Zal ik praten met de zonen en huisgenoot over ons plan. Dat voelt goed, dat praten over de toekomst. Harmonisch ook wel.