door aandewaterkant

Het is helemaal niet erg, bedenk ik me, terwijl ik de autostradelichten zie voorbijflitsen. Middenin het feestgedruis was er plots die vraag. Of er bij ons aan tafel vroeger niet veel lawaai was? Zes kinderen die allemaal beluisterd wilden worden.

Na die woorden bevond ik mij in een film met enkel beeld. Spelende kinderen die lachen, huppelen en springen. Een trampoline in de juiste cadans. Volwassenen met bekertjes cava en lachend. Prettig drukdoend. Het feest in volle beweging.

De grote houten tafel met rondom acht stoelen. Waren het er acht? Of heb ik dat enkel in gedachten omdat we nu eenmaal een gezin van acht waren. Dat vertellen om ter eerst viel ook wel mee, herinner ik uit diezelfde gedachten.

In geluidloze golven, voel ik nog wel de spanningsvlagen. Zelfs in het feestgedruis stromen ze van het uiterst teenpuntje naar boven en terug. Ik zie mezelf staan in dat lichtgrijze kleedje. Afgeboord met kant. Al twijfel ik daar nu aan of het wel echt kant was.

Pasen was altijd zoals kerstmis en Sinterklaas. Als oudste van zes mee zorgend voor de andere, groot en klein. Of er niet teveel lawaai was en de soep niet te heet. Het kleine grut bij mij op schoot en ik die troost. Zelf nog veel te jong, met binnenin knoppen die bleven stilstaan op uitbarsten.

Jaren later, afgelopen zondagavond dus, realiseer ik mij dat het niet erg meer is. Het gezin dat bestaat uit zoveel verschillende figuren smelt sommige dagen helemaal samen. Onder een stralende zon en bekertjes cava. Met spelende kinderen die om ter hoogst de lucht in springen. Ondanks alles een band, een verwantschap die nooit uitwisbaar is.

Het voelt goed om spoken uit het verleden op hun plaats te zetten. Ergens achteraan, opgeborgen zonder echt helemaal te vergeten.

Zo reed ik van Brussel naar de kempen en kwam weer helemaal in mijn eigen leven.

Advertenties