door aandewaterkant

Het wortelloof hing er troosteloos bij en enkel mijn zuiderse planten floreren. Grote saliebloemen en lavendel volop in paarse verwachting. Daarom zuigt de tuin gretig het hemelwater op en geeft opnieuw een pril lente gevoel. Water, bron van levendigheid.

Hij hield niet van de regen. Met zijn hondenneus stond hij dan tegen het raam gedrukt en op mijn gemoed te werken. Dan wreef ik hem droog met zijn eigen handdoek en liet ik hem bij me. Op zijn matje, dat eiste ik wel. Zijn hondenogen konden me lang aankijken. Honden denken niet, dacht ik dan vaak, toch vertelden zijn ogen me alles.

Sinds dat graf in de tuin, vliegen er vogels bij de vleet. Ze zitten op zijn stenen want nu blijft hij buiten, ook als het regent.

Ik mis hem. Zo ontzettend dat mijn stapbenen pijn doen van het stilstaan en het binnenzitten terwijl ik het liefst door weer en wind stap.

Gemis overspoelt me in mijn dagelijkse bezigheden. Het is als een droge stomp in je maag of een traan die nog net blijft zitten. Wandelen op mijn eentje deed ik al wel, weken aan een stuk zelfs. Ook dan was hij steeds in mijn gedachten en droomde ik over samen stappen. Er lijkt een periode afgesloten zonder dat ik er eigenlijk klaar voor ben. Tegelijk besef ik dat tegen verdriet geen training opgewassen is.

 

Advertenties