door aandewaterkant

Mijn balans heb ik al geschreven. Over hoe het begon en verder moet na twee jaar beeldhouwen. Ik heb veel geleerd over werken naar de anatomie. Hoe menselijke proporties en lichaamstaal een krachtige dynamiek vormen. Een beeld opbouwen doe je van binnen uit, vanuit het skelet dat je leert zien zonder dat het echt zichtbaar is.

De academie is een zegen. Wanneer ik het gebouw binnen ga en de geur van verf ruik, lijk ik een ander mens te worden en voel ik de vrijheid om te mogen creëren. De mensen die ik er tegenkom, zijn met hetzelfde bezig. Ik volg een positieve stroom van gedrevenheid.

In het atelier zit ik tegenover haar. De docente die mijn werk en evolutie gaat beoordelen. Na het lezen van mijn balans en mijn wens om naar monumentale kunst over te stappen, probeert ze me te overtuigen om bij het beeldhouwen te blijven.

Ik vertel haar dat het soms teveel is. Het werken naar de realiteit en het geconcentreerd opbouwen. Dat mijn creatief proces lijkt stil te staan omdat ik teveel moet nadenken en dat mijn academiebezigheden er juist zijn om mijn hoofd eens een tijdje stil te zetten.

Wat wil je dan, vraagt ze, en ik vertel. Over mijn denken aan werken vanuit een ruimte, met verschillende materialen en disciplines. De beelden in mijn hoofd kunnen vastleggen in beeld en vorm. Zonder beperkingen in tijd.

Ze begrijpt wat ik bedoel. Het gesprek is bijzonder inspirerend en voor mij is het kunst in woordentaal. Zonder meer een rijkdom die ik koester, wat het volgende schooljaar ook zal brengen.

Advertenties