door aandewaterkant

Een week, zeven dagen en zoveel uren en minuten. Zolang is het geleden dat ik in een tuinstoel luisterde naar het doffe geluid van neerkomend droog zand. Het diepe gat waarin mijn lieve viervoeter op zijn eigen matje voor altijd gaat liggen slapen. Zijn vacht blinkt nog, en zijn snoet lijkt zelfs een beetje te lachen. De eerste schep is de moeilijkste, dat zie ik aan de manier waarop de huisgenoot de spade hanteert.

Na een tijdje begin ik rond te lopen in de tuin. Mijn mooiste stenen zijn voor hem, daar op zijn plekje. Ik huil tranen, en veel. Maar hij is wel terug thuis, voor eeuwig op de grond waar hij huppelde en sprong. Ballen kon hij in de lucht vangen en nadien was het hijgen en lachen, vooral ik dan. Met de leiband kon ik hem bij me krijgen en vaak vertelde ik dan wat een geluk hij had. Al die aandacht en wandelplezier.

Een hele week heb ik niet gestapt. Geen rustgevende avondwandeling of frisse ochtend stappen meer. Zonder die kwispelstaart, kan ik het niet. Vanuit gemis spring ik wel eens op de fiets maar alleen op twee wielen is het helemaal anders.

Stilaan vind ik een plek zonder mijn stapvriend. Het voelt op zijn zachtst gezegd raar, en eenzaam. Geen vacht om mijn neus in te verstoppen en rollebollen over het gras doe ik ook niet meer.

Ik beleefde deze week een einde van een prachtig verhaal. Het heeft me stil gemaakt.

Advertenties