door aandewaterkant

Heimwee naar de camino, mompelt ze en met haar ontvleesde, iele handen wrijft ze over de kaft van mijn boek. Zo brengt ze me op een verkeerd spoor. Want haar ogen vertellen me van de waas waarin ze leeft onder het dementiebewind.

Een helder moment gaf haar de kans om de titel te lezen maar dan verdwijnt ze. Ik zie het gebeuren en laat het boek even op haar schoot rusten.

Het bejaardentehuis waar ik ga vertellen over mijn tocht naar Compostela voelt eerder als een hotel. De houten vloeren zijn opgeblonken en overal heersen dezelfde neutrale kleuren. Met zachte handen worden mensen aangemaand tot stappen.

Als ik de stad Burgos aanhaal, praat er plots iemand hardop over de magnifieke kathedraal. Jaren geleden gingen mijn man en ik samen op weg, verhaalt ze. Zelfs vooraan hoor ik hoe ze de krop in haar keel probeert door te slikken. Overmand door emoties bij de gedachte aan het leven van weleer.

De foto’s die ik één voor één op het grote scherm programmeer, maken dat ik weer helemaal op tocht ben. De ogen die getuigen van een lang leven kijken me doordringend aan. Terwijl mijn hart overloopt van respect voor zoveel levenswijsheid.

Ik krijg een droge keel terwijl de beelden op mijn netvlies alsmaar levendiger voelen. Van de weg, het op weg zijn en haar mensen en dieren. Uren later rijd ik op mijn fiets door de striemende regen naar huis. Bedolven onder een rugzak vol Camino herinneringen.

Die nacht slaap ik goed, intens rustig. Gedraaid in een deken van thuis met geluiden van eigen bodem. Mijn lichaam koesterend in rust.

 

Advertenties