door aandewaterkant

Het gevoel is sluimerend aanwezig en aan de waterkant kan ik het er wel eens over hebben. Als moeder voel ik het al jaren. Een verbinding die samensmolt ergens aan het begin van nieuw leven binnen in mij. Jaren geleden ondertussen maar sommige dagen actueler dan ooit.

Als ze maar gelukkig zijn, denk ik dan, terwijl ik mezelf realistisch toespreek en vergelijk met mijn eigen leven, bont geschakeerd en veranderlijk. Het kent tranen van geluk en andere. De vloeiende beweging van intense rust naar jankende onmacht. Vaak stoot ik mijn tenen opnieuw aan stenen die als rotsen blijven liggen en geen millimeter wijken.

Zo is het ook bij de ondertussen volwassen mensen die ik op de wereld gezet heb. Mijn kinderen en de levensreis die ieder van ons maakt. Enkel door mij, niet van mij, volgens de poëet. Dat is het ook niet echt. Ik laat hen los, vrij. Maar hun worsteling die ik zie en laat gebeuren omdat het nu eenmaal bij het leven hoort, vind ik bezwarend voor mijn moederhart.

Daarom koos ik voor een leven zonder kinderen, vertelt ze, terwijl we over het prachtige natuurdomein kijken en ik van een kop koffie nip. Ik dacht dat ik die zorg niet aan zou kunnen en ik heb er geen spijt van, gaat ze verder. Ik begrijp wat je wilt zeggen, antwoord ik haar, en haar leven komt me plots erg aantrekkelijk over. Wat zou het zijn als ik enkel mijn leven had? Zonder die schakel met het slot dat nooit volledig open zal gaan.

Tot ik mijn twee kerels met hun baarden van een dag of twee zie. Ogen en gezichten die barsten van levenslust. Of bleek van triestigheid en afscheid nemen. Ze kunnen me dan streng toespreken. Maak je geen zorgen over mijn zorgen, vertellen ze hun moeder. En ik die dan even slik. En slik.

Advertenties